Junior
Resultaatgerichtheid
Algemeen gedrag
Benoemt werkzaamheden in termen van concrete doelen
Committeert zich aan objectief controleerbare doelstellingen
Stuurt gericht op het behalen van resultaten
Vraagt naar te behalen doelstellingen
Operationeel
gedrag
Formuleert de eigen doelstellingen in termen van concreet gedrag (meetbaar resultaat, voorzien van een deadline)
Geeft aan de hand van concrete acties aan hoe de doelen bereikt zullen worden (wie, wat, wanneer)
Evalueert op regelmatige momenten de stand van zaken ten opzichte van de beoogde doelstelling
Onderneemt actie om bij te sturen wanneer de doelstellingen in het gedrang komen
Komt met alternatieven wanneer een bepaalde actie niet tot het beoogde resultaat heeft geleid of overtreft de gestelde resultaten