Junior
Probleemanalyse
Algemeen gedrag
Maakt onderscheid tussen hoofd- en bijzaken
Beschikt over een voor de functie voldoende werk- en denkniveau
Constateert samenhang tussen verschillende problemen
Stelt zich niet tevreden met onvolledige informatie, blijft doorzoeken totdat voldoende gegevens voorhanden zijn
Operationeel
gedrag
Brengt problemen in kaart door gerichte vragen te stellen en meerdere bronnen te gebruiken die relevante informatie opleveren
Onderscheidt feiten van meningen
Zoekt naar oorzaken voor problemen
Constateert vlot oorzaak en gevolg