Junior
Vakgerichtheid
Algemeen gedrag
Beheerst zijn vak
Oefert zijn vak professioneel uit
Onderhoudt en verbetert de eigen kennis en kunde
Voert werkzaamheden als volleerd uit
Operationeel
gedrag
Gaat zorgzaam om met gereedschappen en materialen
Houdt zich aan regels en procedures. Bijvoorbeeld t.a.v. veiligheid
Werkt efficiënt, zorgvuldig en netjes
Werkt volgens het boekje
Weet wat er gedaan moet worden en hoe het gedaan moet worden